Jaarstaten

Deze tabel toont data van individuele pensioenfondsen. De data in deze tabel worden met een jaarfrequentie gerapporteerd aan DNB. De publicatie van de data in deze tabel geschiedt op basis van de Wet Pensioencommunicatie.

Premie

Om pensioen op te bouwen, betalen werknemers en werkgevers premie. In de tabel wordt de premie uitgesplitst naar de totale premie die de werknemers betalen, de totale premie die de werkgever(s) betalen en de totale premie van werknemers en werkgever(s) bij elkaar opgeteld. De bedragen in de tabel zijn de totale premiebedragen voor het hele pensioenfonds. Eén pensioenfonds kan echter meerdere regelingen hebben waarbij de premielast verschillend verdeeld is.

Aantal deelnemers, gewezen deelnemers, pensioengerechtigden

Deelnemers bouwen pensioen op bij het pensioenfonds, dit kunnen ook arbeidsongeschikte deelnemers zijn die geen premie meer betalen maar wel pensioenaanspraken opbouwen. Gewezen deelnemers hebben pensioen opgebouwd, maar bouwen niet langer pensioen op bij het desbetreffende pensioenfonds, bijvoorbeeld omdat ze van baan zijn veranderd. Pensioengerechtigden ontvangen een pensioen van het pensioenfonds, zoals een ouderdomspensioen of een nabestaandenpensioen.

Toeslagverlening

De meeste pensioenfondsen willen de pensioenen laten meegroeien met de inflatie of de loonstijgingen bij het bedrijf of de bedrijfstak. Dit heet toeslagverlening of indexatie. Het percentage bij ‘toeslagverlening’ in de tabel geeft weer hoeveel het opgebouwde pensioen is gestegen. Hierbij is uitgesplitst hoe hoog de toeslag is bij deelnemers en bij gewezen deelnemers en pensioengerechtigden (bij gewezen deelnemers en pensioengerechtigde is de hoogte van de toeslag altijd gelijk – dit is wettelijk verplicht -). De gepresenteerde percentages zijn de toeslagen die gelden voor de grootste regeling (qua deelnemers) van het pensioenfonds. Het gaat hierbij om de toeslagverlening waarvoor het besluit in het verslagjaar is genomen. De toekenning van de indexatie hoeft niet per definitie in het verslagjaar te hebben plaatsgevonden.

Verlaging pensioenen

Een pensioenfonds met een financieel tekort moet proberen dat tekort ongedaan te maken. Soms lukt dat alleen door de pensioenen te verlagen. Op die manier geeft het pensioenfonds minder geld uit, en blijft er dus meer geld in kas. Het verlagen van pensioenen wordt ook wel korten of afstempelen genoemd.

In de tabel is weergegeven met hoeveel procent het pensioen is verlaagd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de verlaging voor deelnemers en de verlaging voor gewezen deelnemers en pensioengerechtigden. De gepresenteerde percentages zijn de verlagingen die gelden voor de grootste regeling (qua deelnemers) van het pensioenfonds.

De verlagingen in de tabel over 2014 zijn de verlagingen die in de Jaarstaten over 2014 zijn gerapporteerd. Er zijn echter ook fondsen die in 2014 hebben gekort, maar deze verlaging al in de Jaarstaten over 2013 hadden gerapporteerd. Deze verlagingen staan daarom niet in de tabel.

Uitvoeringskosten

Dit zijn de kosten die een pensioenfonds maakt voor de uitvoering, uitgesplitst in drie categorieën:

  • de administratieve uitvoeringskosten (als bedrag per deelnemer)
  • de vermogensbeheerkosten exclusief de transactiekosten (als percentage van het gemiddelde belegd vermogen)
  • de transactiekosten (als percentage van het gemiddelde belegd vermogen). De transactiekosten zijn de kosten die te maken hebben met het uitvoeren van een beleggingstransactie.

Reële dekkingsgraad

In de reële dekkingsgraad wordt rekening gehouden met de verwachte stijging van de prijzen. De reële dekkingsgraad geeft de verhouding weer tussen de beleidsdekkingsgraad en de dekkingsgraad die nodig is om de nominale verplichtingen te verhogen met volledige prijsindexatie. Een reële dekkingsgraad van 100% betekent dat een pensioenfonds de pensioenverplichtingen kan betalen en ook de pensioenen kan verhogen met de verwachte stijging van de prijzen. Fondsen met uitsluitend risico voor deelnemers hoeven geen reële dekkingsgraad te berekenen. Voor deze fondsen is dan ook geen reële dekkingsgraad in de publicatie opgenomen.

Premiedekkingsgraad

Met de premiedekkingsgraad wordt uitgedrukt of de premie die wordt betaald, voldoende is om nieuwe pensioenopbouw te financieren. Dit is het geval als de premiedekkingsgraad boven de 100% ligt.

Staat uw pensioenfonds niet in de lijst?

Niet alle pensioenfondsen zijn in de tabellen opgenomen. Pensioenfondsen met minder dan 100 deelnemers worden vanwege privacy redenen niet weergegeven in de tabel. Ook pensioenfondsen die in een vergevorderd stadium van liquidatie zijn staan niet in de tabel.