Achtergrond

Taak en samenwerking

DNB heeft op grond van de Bankwet een statistiektaak: het verzamelen van statistische gegevens en het vervaardigen van statistieken. De volgende wettelijke regelingen leggen daarvoor de basis:

  • ECB-verordeningen
  • Wet op het financieel toezicht
  • Wet financiële betrekkingen buitenland.

DNB heeft daarnaast op grond van de Pensioenwet een beleidsinformatietaak: het verstrekken aan de voor pensioenen verantwoordelijke Minister van alle gegevens en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor het door deze Minister te voeren beleid inzake pensioenen en het onderzoek naar de toereikendheid van de pensioenwetgeving. Toezichthouder DNB beheert hiertoe een databank, en stelt een Informatie- en beheersplan Pensioenwet op.

Het juridisch kader wordt regelmatig aangepast. Zo kan DNB de kwaliteit van statistieken verbeteren en nieuwe statistieken bouwen om actuele trends in kaart te brengen en beleidsmakers te voorzien van cijfers. Een voorbeeld: in Europees verband ontwerpt DNB statistieken over de activiteiten van beleggingsinstellingen, securitisatievehikels en geldmarktfondsen. Tegelijkertijd zijn er initiatieven om de inzichten te verdiepen. Een voorbeeld is de Europese database over het houderschap van individuele aandelen en obligaties: de Securities Holdings Statistics . Elke centrale bank van het eurogebied verzamelt hiervoor gedetailleerde gegevens.

In de dataverzameling en statistiekontwikkeling werkt DNB intensief samen met diverse organisaties– nationaal én internationaal.

CBS

DNB en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) beogen met hun nauwe samenwerking:
  • de efficiëntie van de nationale statistiekprocessen te vergroten
  • de kwaliteit en consistentie van de statistieken te verhogen
  • de maatschappelijke rapportagelast te beperken.

Daarbij zijn afspraken gemaakt over de taakverdeling bij de uitvraag aan instellingen en de overname van elkaars verplichtingen. De taken zijn zo verdeeld dat DNB zich richt op de monetaire ontwikkelingen en de ontwikkelingen van de financiële sector. Zo verzamelt DNB informatie over financiële instellingen: deze data gebruikt het CBS voor het opstellen van Nationale Rekeningen. Omgekeerd gebruikt DNB voor haar statistieken weer de data die het CBS verzamelt. En ook voor andere taken maakt DNB gebruik van CBS-data, zoals de inflatie, de hypotheekschuld en de huizenprijs. 

ESCB

DNB is onderdeel van het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB) en het Eurosysteem. Hierin werkt DNB mee aan monetair beleid, betalingsverkeer en valutamarktoperaties. Daarvoor verzamelen DNB en andere centrale banken data over financieel-economische ontwikkelingen. Daarbij hanteren zij uniforme definities en classificaties. In de video vertelt de ECB over het belang van goede statistieken voor haar beleid.
Alle verzamelde data staan in het Statistical Datawarehouse van de ECB. De website euro-area-statistics.org presenteert de belangrijkste financiële en monetaire data van de eurolanden. Zie hier voor additionele informatie over de statistiek van eurolanden.

IMF

DNB neemt deel aan IMF-initiatieven ter verbetering van de vergelijkbaarheid van de statistieken van de financiële sector, kapitaalstromen en financiële verwevenheden. DNB publiceert hiervoor verschillende datatabellen. Ook participeert DNB in het IMF-overleg over de richtlijnen voor de compilatie van de betalingsbalans. Nederland voldoet aan SDDS Plus: de hoogste IMF-disseminatiestandaard voor landen met systeemrelevante financiële sectoren.

OESO

DNB levert ook gegevens aan de OESO, met name over directe buitenlandse investeringen en institutionele beleggers. De data die DNB aan de OESO levert over institutionele beleggers – dat zijn pensioenfondsen, verzekeraars en beleggingsinstellingen – zijn gebaseerd op cijfers uit de Nationale Rekeningen over deze sectoren (zie https://stats.oecd.org/ onder het kopje National Accounts en Institutional Investors Statistics). Daarin zijn de cijfers van deze beleggers onderling op elkaar afgestemd en om die reden bewerkt. Deze data over Nederlandse institutionele beleggers wijken daarom af van de DNB-statistieken voor die beleggers.

Methodologie

Bij het compileren van de statistieken gebruikt DNB verschillende bronnen, afhankelijk van de soort statistiek:

  • Macro-economische statistieken zijn veelal gebaseerd op macro-economische rapportages van (financiële) instellingen. Uit andere bronnen komt soms aanvullende informatie. Bij de lopenderekening van de betalingsbalans gaat het bijvoorbeeld om CBS-cijfers over goederen- en dienstenhandel en secundaire inkomensstromen.
  • De monetaire statistieken zijn voornamelijk afgeleid van rapportages van monetaire financiële instellingen. Op basis van enquêtes onder banken worden de rentestatistiek over debet- en creditrentes en de Bank Lending Survey over de (verwachte) leenvoorwaarden samengesteld.
  • De toezichtstatistieken zijn afgeleid van de verschillende toezichtrapportages van financiële instellingen, zoals CRD IV, FINREP en COREP en Solvency II.

Bij de monetaire en macro-economische statistieken wordt doorgaans slechts een deel van de populatie uitgevraagd. In dat geval wordt met een ‘ophoging’ gecorrigeerd voor het niet waargenomen deel, zodat een representatief totaalbeeld ontstaat. Alle rapportages worden op hun datakwaliteit beoordeeld.

Richtlijnen

De macro-economische statistieken van DNB voldoen aan de internationale richtlijnen:

  • ESA2010 : de Europese vertaling van het handboek van de Verenigde Naties voor de Nationale Rekeningen (SNA2008).
  • Balance-of-Payments Manual 6 (BPM6): de door het IMF vastgestelde wijze van samenstellen van de betalingsbalans en de externe vermogenspositie.

De sectorindeling in de macro-economische en monetaire tabellen zijn conform ESA2010:

  • Niet-financiële bedrijven (S.11).
  • Centrale bank (S.121)
  • Deposito-instellingen exclusief centrale banken (S.122)
  • Geldmarktfondsen (S.123)
  • Beleggingsinstellingen (S.124)
  • Overige financiële intermediairs (S.125)
  • Financiële hulpbedrijven (S.126)
  • Financiële instellingen en kredietverstrekkers binnen concernverband (S.127)
  • Verzekeringsinstellingen (S.128)
  • Pensioenfondsen (S.129)
  • Overheid (S.13).
  • Huishoudens (S.14 en S.15).

Veel tabellen gaan over de financiële activiteiten van Monetaire Financiële Instellingen (MFI’s): centrale banken, kredietinstellingen, deposito-instellingen en geldmarktfondsen.

De tabellen over de betalingsbalans bevatten soms een uitsplitsing voor Bijzondere Financiële Instellingen (BFI’s). Een BFI is een in Nederland gevestigde dochtermaatschappij die een functie heeft in de grensoverschrijdende financiële infrastructuur van een buitenlandse multinational. Dit begrip is door DNB geïntroduceerd om het doorsluiskapitaal in beeld te brengen.

In de door DNB gepubliceerde tabellen komt de niet-financiële sector (bedrijven, overheid en huishoudens) alleen voor als ‘tegensector’, bijvoorbeeld wanneer banken aan een niet-financiële instelling een krediet verstrekken.

Reeksbreuken en berekeningen

DNB streeft ernaar om de reeksen op een kwalitatief goede manier te corrigeren voor reeksbreuken, die optreden door bijvoorbeeld een wijziging van het rapportagekader of een herclassificatie. Voor de belangrijkste reeksen heeft DNB breukvrije versies ontwikkeld.
In geval van afrondingen kan het voorkomen dat de gepubliceerde totalen licht afwijken van de som van de deelposten.
De gemiddelde koersen op jaar-, kwartaal- en maandbasis worden berekend aan de hand van de dagkoersen. Weekenden en feestdagen worden niet in de berekening meegenomen.

Voor een nadere toelichting omtrent de toegepaste methodiek klik hier.